Het werk van: Machiel Marsé-van Buren (39)
Machiel is al zestien jaar vloermanager bij Design Museum Den Bosch. Elke dag is anders en juist dat maakt het na al die tijd nog uitdagend. ‘Het werk is nooit gesneden koek.’
‘Ik groeide op met cultuur; mijn ouders beheerden een openluchttheater. Later kreeg ik meer interesse in musea. Naast mijn studie aan de kunstacademie werkte ik daarom als suppoost in wat nu Design Museum Den Bosch is. Je zorgt niet alleen voor de veiligheid van de tentoonstellingen, maar bent ook het eerste aanspreekpunt van bezoekers. Na een jaar solliciteerde ik als vloermanager met de gedachte: wie niet waagt, wie niet wint. Ik was 23 en had nooit verwacht dat het zou lukken, maar ik kreeg de baan! Ik zorg dat tentoonstellingen na het inrichten goed blijven draaien, los technische problemen op en stuur de suppoosten en vrijwilligers aan.’
‘Je kunt niet om innovatie heen’
‘Dat ik hier al zo lang met plezier werk, komt door de afwisseling. We hebben om de paar maanden nieuwe tentoonstellingen en ik werk met een fijn, divers team: van jonge suppoosten tot gepensioneerde vrijwilligers. Het werk is nooit gesneden koek, dat is uitdagend. Een indrukwekkende tentoonstelling vond ik Design van het Derde Rijk, met voorwerpen uit de nazitijd. Dat riep bij bezoekers veel emoties op. Hoe ga je daarmee om? En wat doe je als iemand een vervelende opmerking maakt of een kostbaar kunstwerk vastpakt? Ik motiveer onze suppoosten om vriendelijk te blijven, zonder over hun grenzen te gaan.’
‘Als museum kun je niet om innovatie heen. Ik heb dat door de jaren heen zien veranderen van bijna geen schermen naar allerlei technologie. In de tentoonstelling Screenwear kon je zelf digitale mode passen en in Vrouwen als technologie kon je Lexie ontmoeten, de digitale klassenassistent. Je moet inspelen op trends om interessant te blijven. Ik leef erg in het nu, maar de laatste tijd zijn mijn partner en ik meer met de toekomst bezig. Als mannen krijgen wij niet zo makkelijk kinderen en die komen er bij ons dan ook niet. Voor wie bouwen wij iets op? Wie gaat er later voor ons zorgen? Daar denken we nu bewuster over na.’
Het werk van: Machiel Marsé-van Buren (39)
Machiel is al zestien jaar vloermanager bij Design Museum Den Bosch. Elke dag is anders en juist dat maakt het na al die tijd nog uitdagend. ‘Het werk is nooit gesneden koek.’
‘Ik groeide op met cultuur; mijn ouders beheerden een openluchttheater. Later kreeg ik meer interesse in musea. Naast mijn studie aan de kunstacademie werkte ik daarom als suppoost in wat nu Design Museum Den Bosch is. Je zorgt niet alleen voor de veiligheid van de tentoonstellingen, maar bent ook het eerste aanspreekpunt van bezoekers. Na een jaar solliciteerde ik als vloermanager met de gedachte: wie niet waagt, wie niet wint. Ik was 23 en had nooit verwacht dat het zou lukken, maar ik kreeg de baan! Ik zorg dat tentoonstellingen na het inrichten goed blijven draaien, los technische problemen op en stuur de suppoosten en vrijwilligers aan.’
‘Je kunt niet om innovatie heen’
‘Dat ik hier al zo lang met plezier werk, komt door de afwisseling. We hebben om de paar maanden nieuwe tentoonstellingen en ik werk met een fijn, divers team: van jonge suppoosten tot gepensioneerde vrijwilligers. Het werk is nooit gesneden koek, dat is uitdagend. Een indrukwekkende tentoonstelling vond ik Design van het Derde Rijk, met voorwerpen uit de nazitijd. Dat riep bij bezoekers veel emoties op. Hoe ga je daarmee om? En wat doe je als iemand een vervelende opmerking maakt of een kostbaar kunstwerk vastpakt? Ik motiveer onze suppoosten om vriendelijk te blijven, zonder over hun grenzen te gaan.’
‘Als museum kun je niet om innovatie heen. Ik heb dat door de jaren heen zien veranderen van bijna geen schermen naar allerlei technologie. In de tentoonstelling Screenwear kon je zelf digitale mode passen en in Vrouwen als technologie kon je Lexie ontmoeten, de digitale klassenassistent. Je moet inspelen op trends om interessant te blijven. Ik leef erg in het nu, maar de laatste tijd zijn mijn partner en ik meer met de toekomst bezig. Als mannen krijgen wij niet zo makkelijk kinderen en die komen er bij ons dan ook niet. Voor wie bouwen wij iets op? Wie gaat er later voor ons zorgen? Daar denken we nu bewuster over na.’
Het werk van: Faten Zir (39)
Faten is pedagogisch professional bij kinderopvang Kibeo op IKC Kloetinge. Met haar eindeloze liefde en aandacht stoomt ze peuters klaar voor de basisschool.
‘In Syrië, waar ik vandaan kom, was ik juf voor kinderen van 11 en 12 jaar. Toen ik in 2017 naar Nederland kwam, wilde ik met jongere kinderen werken. Dat kon gelukkig met mijn pabodiploma. Na het leren van de taal kon ik aan de slag als pedagogisch professional in de kinderopvang. Ik hoorde er meteen bij, dat vond ik zo fijn. Ouders gunden mij deze nieuwe start. Er zijn weinig verschillen met de kinderopvang in Syrië; de liefde voor kinderen is overal hetzelfde.’
‘We doen véél meer dan alleen spelen en knutselen. Ik begeleid en ondersteun peuters tussen 3 en 4 jaar op verschillende ontwikkelingsgebieden, zoals taal, rekenprikkels en het omgaan met emoties. Ik ga als vertrouwd gezicht mee naar de basisschool. Daar doen de peuters een paar ochtenden in de week mee met activiteiten van de kleuters. Zo ervaren ze alvast hoe het op school gaat. Ik gun het ze om verder te groeien.’
‘De liefde voor kinderen is overal hetzelfde’
‘Kinderen moeten zich veilig voelen om een stapje vooruit te zetten. Onze liefde en aandacht helpt daarbij. Als een kind het spannend vindt, stel ik het gerust door het even op schoot te nemen of samen iets leuks te doen. Laatst zei een kindje dat in het begin erg stil was ineens: “Juf, ik vind je lief.” Die verandering is mooi om te zien.’
‘Ik houd van mijn werk, maar de werkdruk is soms hoog. Door personeelstekorten moeten we bij ziekte of vakantie schuiven in het rooster. Daar merken de kinderen niets van – ik wil er voor ze zijn. Ik werk de komende tijd als invalkracht, zodat ik minder verplichtingen heb, zoals administratie. Ik moet ook voor mezelf zorgen. Maar blijven leren zit in mijn karakter. Binnenkort start ik voor een paar uur in de week als beleidsmedewerker, zodat ik kan meedenken over hoe we de kinderopvang nóg beter kunnen maken.’
Het werk van: Faten Zir (39)
Faten is pedagogisch professional bij kinderopvang Kibeo op IKC Kloetinge. Met haar eindeloze liefde en aandacht stoomt ze peuters klaar voor de basisschool.
‘In Syrië, waar ik vandaan kom, was ik juf voor kinderen van 11 en 12 jaar. Toen ik in 2017 naar Nederland kwam, wilde ik met jongere kinderen werken. Dat kon gelukkig met mijn pabodiploma. Na het leren van de taal kon ik aan de slag als pedagogisch professional in de kinderopvang. Ik hoorde er meteen bij, dat vond ik zo fijn. Ouders gunden mij deze nieuwe start. Er zijn weinig verschillen met de kinderopvang in Syrië; de liefde voor kinderen is overal hetzelfde.’
‘We doen véél meer dan alleen spelen en knutselen. Ik begeleid en ondersteun peuters tussen 3 en 4 jaar op verschillende ontwikkelingsgebieden, zoals taal, rekenprikkels en het omgaan met emoties. Ik ga als vertrouwd gezicht mee naar de basisschool. Daar doen de peuters een paar ochtenden in de week mee met activiteiten van de kleuters. Zo ervaren ze alvast hoe het op school gaat. Ik gun het ze om verder te groeien.’
‘De liefde voor kinderen is overal hetzelfde’
‘Kinderen moeten zich veilig voelen om een stapje vooruit te zetten. Onze liefde en aandacht helpt daarbij. Als een kind het spannend vindt, stel ik het gerust door het even op schoot te nemen of samen iets leuks te doen. Laatst zei een kindje dat in het begin erg stil was ineens: “Juf, ik vind je lief.” Die verandering is mooi om te zien.’
‘Ik houd van mijn werk, maar de werkdruk is soms hoog. Door personeelstekorten moeten we bij ziekte of vakantie schuiven in het rooster. Daar merken de kinderen niets van – ik wil er voor ze zijn. Ik werk de komende tijd als invalkracht, zodat ik minder verplichtingen heb, zoals administratie. Ik moet ook voor mezelf zorgen. Maar blijven leren zit in mijn karakter. Binnenkort start ik voor een paar uur in de week als beleidsmedewerker, zodat ik kan meedenken over hoe we de kinderopvang nóg beter kunnen maken.’
