Het werk van: Marian Zom (52)
Marian wisselde van anesthesiemedewerker op de operatiekamer naar de thuiszorg. Als wijkverpleegkundige bij Thuiszorg West-Brabant (TWB) werkt ze op kantoor en bij cliënten thuis. ‘Dit werk wil ik blijven doen tot aan mijn pensioen.’
‘Ik werkte jaren als anesthesiemedewerker op de operatiekamer in een ziekenhuis. Ik merkte dat ik toe was aan een nieuwe uitdaging. Nieuwsgierig naar wat er nog méér was. Een vriend in de thuiszorg zei: “Loop eens een dag mee. Jij gaat de baan van wijkverpleegkundige geweldig vinden.” Hij had gelijk. Ik houd van regelen, afwisseling en oplossingen bedenken. En zelf de leiding pakken en eigen regie voeren. Dat heeft deze baan allemaal.’
‘Oudere mensen, mensen in hun laatste levensfase, mensen die psychisch in de war zijn of mensen die wat meer ondersteuning nodig hebben ... ik houd van álle verschillende mensen. En die kom ik allemaal tegen in dit werk. Het is bijzonder dat ik in het leven van cliënten mag duiken. De gesprekken die daarbij horen, voer ik heel graag. Soms zijn die gesprekken leuk, soms ook ingewikkeld. Maar altijd met het doel om ervoor te zorgen dat cliënten met de juiste hulp zo lang mogelijk en zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Want thuis is waar mensen op hun best zijn. Dat is toch prachtig?’
‘Ik houd van álle verschillende mensen’
‘Het geeft me veel voldoening als ik iets kan doen voor mensen in hun laatste levensfase. Dan sta ik ook weleens met tranen in mijn ogen bij de cliënt thuis, hoor. Dat is misschien niet professioneel, maar ik kan dat niet wegtoveren. Het ontroert me nog steeds dat ik zorg kan leveren die bijdraagt aan een mooie laatste fase. En dat cliënten daar zichtbaar zo blij mee kunnen zijn.’
‘Nog eens een grote verandering maken? Dat zie ik mezelf niet doen. Dit werk blijf ik doen tot aan mijn pensioen. Ik doe het met zoveel plezier. Tegen jongeren zeg ik: geef het een kans. Ik weet dat thuiszorg niet bepaald een “sexy uitstraling” heeft . Maar verdiep je er eens in. Dan ontdek je hoe afwisselend en mooi dit werk is.’
Het werk van: Marian Zom (52)
Marian wisselde van anesthesiemedewerker op de operatiekamer naar de thuiszorg. Als wijkverpleegkundige bij Thuiszorg West-Brabant (TWB) werkt ze op kantoor en bij cliënten thuis. ‘Dit werk wil ik blijven doen tot aan mijn pensioen.’
‘Ik werkte jaren als anesthesiemedewerker op de operatiekamer in een ziekenhuis. Ik merkte dat ik toe was aan een nieuwe uitdaging. Nieuwsgierig naar wat er nog méér was. Een vriend in de thuiszorg zei: “Loop eens een dag mee. Jij gaat de baan van wijkverpleegkundige geweldig vinden.” Hij had gelijk. Ik houd van regelen, afwisseling en oplossingen bedenken. En zelf de leiding pakken en eigen regie voeren. Dat heeft deze baan allemaal.’
‘Oudere mensen, mensen in hun laatste levensfase, mensen die psychisch in de war zijn of mensen die wat meer ondersteuning nodig hebben ... ik houd van álle verschillende mensen. En die kom ik allemaal tegen in dit werk. Het is bijzonder dat ik in het leven van cliënten mag duiken. De gesprekken die daarbij horen, voer ik heel graag. Soms zijn die gesprekken leuk, soms ook ingewikkeld. Maar altijd met het doel om ervoor te zorgen dat cliënten met de juiste hulp zo lang mogelijk en zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Want thuis is waar mensen op hun best zijn. Dat is toch prachtig?’
‘Ik houd van álle verschillende mensen’
‘Het geeft me veel voldoening als ik iets kan doen voor mensen in hun laatste levensfase. Dan sta ik ook weleens met tranen in mijn ogen bij de cliënt thuis, hoor. Dat is misschien niet professioneel, maar ik kan dat niet wegtoveren. Het ontroert me nog steeds dat ik zorg kan leveren die bijdraagt aan een mooie laatste fase. En dat cliënten daar zichtbaar zo blij mee kunnen zijn.’
‘Nog eens een grote verandering maken? Dat zie ik mezelf niet doen. Dit werk blijf ik doen tot aan mijn pensioen. Ik doe het met zoveel plezier. Tegen jongeren zeg ik: geef het een kans. Ik weet dat thuiszorg niet bepaald een “sexy uitstraling” heeft . Maar verdiep je er eens in. Dan ontdek je hoe afwisselend en mooi dit werk is.’
Het werk van: Katy Hanemaaijer (35)
Katy begeleidt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt tijdens hun werk bij Zorgkwekerij Bloei in Delfgauw. ‘Het belangrijkste is dat iedereen met een blij gevoel naar huis gaat. Daar doe ik iedere dag mijn best voor.’
‘Toen ik hier solliciteerde, kwam ik uit de kinderopvang en zocht ik iets anders. Ik kreeg de baan eerst niet, maar mocht wel een dag meelopen. Dat beviel iedereen zo goed, dat ik aan het einde van die dag toch een baan had. Ik werk hier nu al 5 jaar.’
‘Meestal werk ik met dezelfde groep mensen in de kas. We vullen potten met aarde, poten planten en wieden onkruid. Dat is soms zwaar werk, maar de cliënten zeuren eigenlijk nooit. Het is zo leuk om aan het einde van de dag te zien hoeveel werk we samen hebben verzet. Daar is mijn groep echt trots op.’
‘Na mijn pensioen wil ik verder in de zorg als vrijwilliger’
‘Het is wel eens gebeurd dat ik een cliënt niet goed kon begeleiden. Ik wil er geen details over kwijt, maar het was vervelend. En ik ging heel erg aan mezelf twijfelen. Waarom kon ik mijn werk bij deze persoon niet goed doen? Het was fijn om te merken dat ik er niet alleen voor stond. Mijn collega’s hebben geholpen en we hebben samen een goede oplossing bedacht.’
‘We maken hier gelukkig ook veel grappen. Als vegetariër krijg ik iedere dag van cliënten te horen dat ze stiekem vlees tussen mijn boterhammen hebben gedaan. Ook plagen ze me soms met mijn angst voor spinnen, waarvan er hier heel veel zijn. Ik denk nog niet zoveel na over mijn pensioen, maar het lijkt me goed om bezig te blijven. Dus als ik met pensioen ga, blijf ik in de zorg werken als vrijwilliger.’
Het werk van: Katy Hanemaaijer (35)
Katy begeleidt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt tijdens hun werk bij Zorgkwekerij Bloei in Delfgauw. ‘Het belangrijkste is dat iedereen met een blij gevoel naar huis gaat. Daar doe ik iedere dag mijn best voor.’
‘Toen ik hier solliciteerde, kwam ik uit de kinderopvang en zocht ik iets anders. Ik kreeg de baan eerst niet, maar mocht wel een dag meelopen. Dat beviel iedereen zo goed, dat ik aan het einde van die dag toch een baan had. Ik werk hier nu al vijf jaar.’
‘Meestal werk ik met dezelfde groep mensen in de kas. We vullen potten met aarde, poten planten en wieden onkruid. Dat is soms zwaar werk, maar de cliënten zeuren eigenlijk nooit. Het is zo leuk om aan het einde van de dag te zien hoeveel werk we samen hebben verzet. Daar is mijn groep echt trots op.’
‘Na mijn pensioen wil ik verder in de zorg als vrijwilliger’
‘Het is wel eens gebeurd dat ik een cliënt niet goed kon begeleiden. Ik wil er geen details over kwijt, maar het was vervelend. En ik ging heel erg aan mezelf twijfelen. Waarom kon ik mijn werk bij deze persoon niet goed doen? Het was fijn om te merken dat ik er niet alleen voor stond. Mijn collega’s hebben geholpen en we hebben samen een goede oplossing bedacht.’
‘We maken hier gelukkig ook veel grappen. Als vegetariër krijg ik iedere dag van cliënten te horen dat ze stiekem vlees tussen mijn boterhammen hebben gedaan. Ook plagen ze me soms met mijn angst voor spinnen, waarvan er hier heel veel zijn. Ik denk nog niet zoveel na over mijn pensioen, maar het lijkt me goed om bezig te blijven. Dus als ik met pensioen ga, blijf ik in de zorg werken als vrijwilliger.’
